ECLI:NL:PHR:2001:AB2438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid exploit en verval van instantie na cassatie en verwijzing
Deze zaak betreft een geschil tussen de gemeente Ubbergen en een verweerster over de rechtsgeldigheid van een exploit en de toepassing van verval van instantie na cassatie en verwijzing. De gemeente stelde dat het exploit van 12 oktober 1999 geen rechtsgevolg had vanwege een vermeende termijnverlenging van drie jaar met zes maanden op grond van art. 279 lid 2 Rv Pro., mede omdat de procureur mr. Marres was geschorst van het tableau. De verweerster had de gemeente opgeroepen met een exploit dat betekend was aan het kantoor van mr. Delissen, die als advocaat optrad maar zonder dat een woonplaatskeuze ten zijnen kantore was gemaakt.
De Hoge Raad bevestigde dat betekening aan het kantoor van mr. Delissen niet rechtsgeldig was indien geen woonplaatskeuze was gemaakt, maar oordeelde dat het exploit toch rechtsgeldig was ontvangen door de gemeente. De schorsing van het geding wegens het defungeren van de procureur vond geen toepassing omdat de gemeente tijdig een nieuwe procureur had kunnen stellen. Verder stelde de Hoge Raad dat de termijnverlenging van art. 279 lid 2 Rv Pro. alleen geldt indien sprake is van een voorafgaande schorsing van het geding, wat hier niet het geval was.
Het hof had terecht geoordeeld dat het exploit van de verweerster rechtsgeldig was en dat de procedure niet was geschorst, zodat de vervalverklaring van de instantie terecht was. Alle klachten van de gemeente faalden, en het beroep in cassatie werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.