ECLI:NL:PHR:2001:AB2178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belang bij verklaring voor recht in arbeidsgeschil met KLM
Eiseres was jarenlang in dienst bij KLM en diende een vordering in wegens schending van haar persoonlijke levenssfeer en onzorgvuldig handelen door KLM, onder meer vanwege het gebruik van vertrouwelijke informatie en bedreigingen met ontslag. De kantonrechter wees haar vordering af, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en verklaarde haar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij haar verklaring voor recht.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid het belangvereiste van artikel 3:303 BW Pro, waarbij wordt ingegaan op de ambtshalve toetsing van het belang door de rechter en de scheidslijn tussen materieel en processueel belang. De Hoge Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte het causaal verband tussen de gedragingen van KLM en de schade heeft beoordeeld in dit stadium, terwijl dit pas in een latere procedure aan de orde is.
De Hoge Raad oordeelt dat eiseres voldoende belang heeft gesteld bij haar vordering tot verklaring voor recht, mede omdat zij in een vervolgprocedure schadevergoeding wil vorderen. Het oordeel van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het vonnis dat eiseres niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang is vernietigd en de zaak is verwezen voor verdere behandeling.