ECLI:NL:PHR:2001:AB2021
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement Panmo Produktie B.V.
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van bestuurders van Panmo Produktie B.V. wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in het kader van het faillissement van de vennootschap. De curator vorderde schadevergoeding op grond van art. 2:248 BW Pro, de zogenaamde derde misbruikwet, waarbij de vraag centraal stond wanneer sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Panmo had in 1991 managementtaken van de financieel moeilijkheden ondervindende vennootschap Scarpa overgenomen, waarbij zij ook financiële risico's op zich nam door facturen van een leverancier, Jeanserie, in haar administratie te boeken en door te belasten aan Scarpa zonder zekerheden. De curator stelde dat dit onverantwoord was en een belangrijke oorzaak van het faillissement vormde. Het bestuur stelde dat de overname van taken bedoeld was om omzet en marktaandeel te vergroten in een dalende markt en dat het financiële risico aanvaardbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk had gehandeld, maar het hof vernietigde dit oordeel en vond dat het bestuur niet roekeloos of onbezonnen had gehandeld en dat het financiële risico paste binnen een verantwoord ondernemingsbeleid gericht op overleving. De Hoge Raad bevestigt dat kennelijk onbehoorlijk bestuur inhoudt dat bestuurders ernstig verwijtbaar en roekeloos hebben gehandeld met het bewustzijn dat crediteuren daardoor benadeeld worden, en dat dit niet is vastgesteld in deze zaak. Het beroep van de curator wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen; geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur door het bestuur van Panmo.