ECLI:NL:PHR:2001:AB1745
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling en voortgezet gebruik bij onteigening bedrijfsruimte
In deze zaak draait het om de vaststelling van schadeloosstelling aan [eiser], die een bedrijfsruimte huurde die door de gemeente 's-Gravenhage werd onteigend. De gemeente bood [eiser] een schadeloosstelling en gratis voortgezet gebruik tot 1 februari 2000 aan, wat [eiser] aanvaardde. De rechtbank stelde de schadevergoeding vast op ƒ 64.208, rekening houdend met voortgezet gebruik tot 1 juni 2000.
[Eiser] stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte rekening hield met een aanbod van voortgezet gebruik dat pas kort voor de zitting was gedaan, en dat de schadeloosstelling onvoldoende was gemotiveerd, met name over de gehanteerde huurprijzen en overnamesommen. De Hoge Raad bevestigt de regel uit het arrest Van Dalen dat voortgezet gebruik alleen als schadebeperkende omstandigheid kan worden meegewogen als het vóór het vonnis is aangeboden, maar erkent dat uitzonderingen op grond van redelijkheid mogelijk zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat in deze zaak het aanbod van voortgezet gebruik tijdig en duidelijk was, en dat [eiser] wist waar hij aan toe was. Ook de rechtbank heeft de deskundigenrapporten terecht gevolgd bij de bepaling van de schadeloosstelling, ondanks de door [eiser] aangevoerde hogere huurprijzen en overnamesommen. De klachten van [eiser] worden ongegrond verklaard en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling van ƒ 64.208 wordt bevestigd.