ECLI:NL:PHR:2001:AB1247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling schadeloosstelling bij onteigening tussen eigenaar en hypotheekhouder
De zaak betreft de onteigening van drie percelen akkerbouwland ten behoeve van de aanleg van de hoge-snelheidslijn-zuid. De eigenaar, eiser, was eigenaar van de grond waarop twee hypotheken rustten: één ten behoeve van een bank en één ten behoeve van de gemeente Zoetermeer, die een voorschot had betaald in het kader van een ontwikkelingsovereenkomst. Deze overeenkomst werd uiteindelijk nietig verklaard door het Hof Den Haag.
De Staat bood een schadeloosstelling aan, die door eiser werd verworpen. De rechtbank kende een voorschot toe aan Zoetermeer als hypotheekhouder op grond van zaaksvervanging. Er ontstond discussie over de verdeling van de schadeloosstelling, waarbij eiser stelde dat slechts het deel dat betrekking had op de werkelijke waarde van de grond aan Zoetermeer toekwam, terwijl de rest aan hem toekwam.
De Hoge Raad oordeelde dat de hypotheekhouder recht heeft op de schadeloosstelling die betrekking heeft op de werkelijke waarde van de grond en waardevermindering van het overblijvende, terwijl de overige schadeposten aan de eigenaar toekomen. De reeds betaalde voorschotten aan Zoetermeer werden verrekend, zodat Zoetermeer een bedrag aan eiser moest terugbetalen. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en bepaalde zelf de verdeling van de schadeloosstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat de schadeloosstelling bij onteigening verdeeld wordt tussen de hypotheekhouder en de eigenaar conform de werkelijke waarde van de grond en overige schadeposten.