ECLI:NL:PHR:2001:AB0699
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep banken in geschil over verdeling zekerheden DAF-groep
In deze zaak stonden de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A. en andere banken tegenover Stichting Ofasec over de verdeling van zekerheden die door groepsmaatschappijen van DAF N.V. aan Ofasec waren verstrekt. NTM en een andere partij hadden Ofasec en de Banken in rechte betrokken en vorderden onder meer een verklaring voor recht dat obligatiehouders gerechtigd zijn op opbrengsten van deze zekerheden.
De Banken voerden aan dat zij geen rechten hoefden prijs te geven en dat NTM geen aanspraken kon maken op de zekerheden. Ofasec stelde dat bij toewijzing van NTM’s vordering ook haar vordering in vrijwaring toegewezen moest worden om het zorgvuldig overeengekomen evenwicht tussen rechten en verplichtingen te behouden.
Het hof oordeelde dat de vorderingen van Ofasec jegens de Leyland-vennootschappen, ABN AMRO en de Banken waarschijnlijk toegewezen zullen worden omdat Ofasec meer had uitgekeerd dan zij behoorde te doen. De Banken werden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoep omdat het hof slechts een voorlopig oordeel had gegeven. De Hoge Raad bevestigde dat herstel van fouten in de verdeling mogelijk is en dat de Administration Conditions en borgtochtovereenkomsten bindend zijn, maar dat dit niet uitsluit dat fouten hersteld kunnen worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Banken wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het voorlopige karakter van het hofsoordeel.