ECLI:NL:PHR:2001:AB0610
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat paramoteur een luchtvaartuig is onder de Luchtvaartwet
In deze zaak stond centraal de vraag of een paramoteur, een valscherm met een aan het harnas bevestigde verbrandingsmotor met propeller, als luchtvaartuig moet worden aangemerkt volgens de Luchtvaartwet. De rechtbank had geoordeeld dat de paramoteur geen valschermzweeftoestel was en dus wel een luchtvaartuig.
De verdediging voerde aan dat de paramoteur gelijkgesteld kan worden met een valschermzweeftoestel zoals omschreven in het Besluit van 22 mei 1981, dat toestellen aanwijst die geen luchtvaartuig zijn. Volgens hen wordt de motor slechts gebruikt om hoogte te winnen waarna het scherm vrij zweeft, vergelijkbaar met het opslepen van een valschermzweeftoestel.
De Hoge Raad oordeelde dat de uitzonderingen in het Besluit restrictief moeten worden uitgelegd vanwege het veiligheidsbelang in de luchtvaartwetgeving. De paramoteur verschilt wezenlijk van een valschermzweeftoestel omdat de motor aan de piloot is bevestigd en het toestel voortstuwt. Daarom valt de paramoteur niet onder de vrijstelling en is het een luchtvaartuig.
De Hoge Raad bevestigde dat voor paramotoren ontheffingen kunnen worden verleend door de Minister op grond van de Luchtvaartwet, maar dat de huidige regelgeving geen ruimte biedt om paramotoren als niet-luchtvaartuig aan te merken. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat een paramoteur een luchtvaartuig is onder de Luchtvaartwet.