ECLI:NL:PHR:2001:AB0198

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C99/166HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 lid 2 FaillissementswetArt. 150-153 FaillissementswetArt. 159 FaillissementswetArt. 153 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie tegen homologatiebeschikking en curatorensalaris

In deze zaak heeft W.B. De Greve beroep in cassatie ingesteld tegen zowel de homologatiebeschikking van een akkoord als tegen de vaststelling van het salaris van de curator. De curator heeft verweer gevoerd door het beroep te verwerpen. De Hoge Raad constateert dat de bestreden uitspraken beslissingen zijn in de vorm van beschikkingen en geen vonnissen. Volgens de Faillissementswet dienen dergelijke beschikkingen niet bij dagvaarding, maar op een andere wijze te worden aangevochten.

De Hoge Raad verwijst naar de wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie die duidelijk maken dat het cassatieberoep tegen deze beschikkingen niet-ontvankelijk is indien het bij dagvaarding wordt ingesteld. De Greve heeft dit niet correct gedaan, waardoor zijn beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep van De Greve niet-ontvankelijk is, zodat inhoudelijke behandeling van het middel achterwege blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van De Greve wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste wijze van aanvoeren.

Conclusie

Rolnr.: C99/166 mr. Wesseling-van Gent
Zitting: 8 december 2000 Conclusie inzake:
W.B. DE GREVE
tegen
MR E.N. MULLER, (voormalig)
curator
in het faillissement van
W.B. de Greve
Edelhoogachtbaar College,
1. Feiten en procesverloop<(1) Zie mijn conclusie in de parallelle zaak R 99/075
>
1.1 Deze zaak is inhoudelijk gelijk is aan de parallelle
rekestprocedure met het nummer R99/075, waarin heden eveneens
wordt geconcludeerd. De feiten en het procesverloop zijn in
beide zaken dezelfde, met dien verstande dat De Greve in de
onderhavige zaak bij dagvaarding van 29 april 1999 zowel tegen
de homologatiebeschikking als tegen de (herstel)beschikking van
5 maart 1999 beroep in cassatie heeft ingesteld.
De voormalig curator heeft onder overlegging van zijn
verweerschrift in de zaak R99/075 geconcludeerd tot verwerping
van het beroep. De Greve heeft het beroep nog schriftelijk doen
toelichten.
2. Ontvankelijkheid van het beroep
2.1 Namens De Greve is één middel van cassatie voorgesteld,
dat is opgebouwd uit drie onderdelen. De onderdelen 1 en 2
komen op tegen de vaststelling van het salaris van de (voor
malig) curator. Onderdeel 3 bestrijdt de herstelbeschikking van
5 maart 1999.
2.2 De bestreden uitspraken betreffen een beslissing waarbij
de rechtbank op de voet van art. 150-153 een akkoord heeft
<
?
>
gehomologeerd. Art. 71 lid Pro 2 F schrijft voor dat de rechtbank
daarbij tevens het salaris van de curator dient vast te
stellen. Hoewel de artikelen 71 lid 2 F en 159 F spreken van
"het vonnis van homologatie" gaat het daarbij om een
beschikking (art. 153 F), zowel waar het de homologatie van het
akkoord als de vaststelling van het salaris betreft<(2) Polak-Wessels, Het akkoord, 1999, blz. 49-50, onder verwijzing naar de
MvT, te kennen uit Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet
2-II (heruitgave Van der Feltz), blz. 187-188; Polak-Polak, blz. 202; zie
ook het citaat uit de MvT (Van der Feltz II, blz. 145) in A.D.W. Soedira,
De inhoud van een akkoord, in: De curator, een octopus, 1996, blz. 221.
>. Ook het
herstel van de foutieve datum heeft - terecht - bij beschikking
plaatsgevonden<(3) Zie hierover A-G Bakels in zijn conclusie voor HR 15 mei 1998, NJ 1999,
672 en de noot van H.J. Snijders bij dat arrest.
>. Dit betekent dat het onderhavige cassatieberoep
ten onrechte bij dagvaarding is ingesteld.
2.3 De conclusie op grond van het voorgaande is dan ook dat De
Greve niet-ontvankelijk is in zijn beroep. Het middel behoeft
daarmee verder geen bespreking.
3. Conclusie
Deze strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van De Greve in
zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de
Hoge Raad der
Nederlanden,
A-G