ECLI:NL:PHR:2001:AA9897
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderscheidend vermogen van vormmerk hartvormige gisttabletten in merkenrecht
In deze zaak staat centraal of het door Beaphar verkregen recht op het vormmerk 'hart' voor gisttabletten vervallen is vanwege verlies van onderscheidend vermogen. Het geschil betreft de vraag of het publiek de hartvorm nog herkent als afkomstig van één onderneming, terwijl meerdere ondernemingen met toestemming van de merkhouder dezelfde vorm gebruiken.
De Hoge Raad verwijst naar het Benelux-Gerechtshof dat oordeelde dat als het publiek de waren niet langer als afkomstig van één onderneming herkent, het vormmerk zijn onderscheidend vermogen verliest en de merkhouder zich niet kan verzetten tegen gebruik door derden. Beaphar voerde aan dat een relevant deel van het publiek de waren nog wel als van één onderneming afkomstig herkent, mede gezien haar marktaandeel van circa 60%.
De Hoge Raad oordeelt dat het verlies van onderscheidend vermogen niet wordt beïnvloed door het marktaandeel en dat de mogelijkheid van verwarring door meerdere aanbieders doorslaggevend is. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het vormmerk zijn onderscheidend vermogen heeft verloren. De klachten van Beaphar worden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Beaphar wordt verworpen en het vormmerk is vervallen wegens verlies van onderscheidend vermogen.