1 Zie de conclusie van mijn ambtgenoot Fokkens vóór, en uw Raad impliciet in - de sterk vergelijkbare zaak - HR NJ 1997, 245.
2 Zie de conclusie van mijn ambtgenoot Fokkens vóór, en uw Raad impliciet in - de sterk vergelijkbare zaak - HR NJ 1997, 245.
3 HR NJ 1997,199.
4 HR NJ 1997,199.
5 HR NJ 1997,199.
6 HR NJ 1997, 199 r.o.v. 5.3.
7 HR NJ 1997, 199 r.o.v. 5.3.
8 HR NJ 1989, 747.
9 HR NJ 1989, 747.
10 HR NJ 1990, 104, rov. 4.4.; HR 21 maart 2000, nr. 112.846, NJB 2000,62, p. 950, rov. 3.6.
11 HR NJ 1990, 104, rov. 4.4.; HR 21 maart 2000, nr. 112.846, NJB 2000,62, p. 950, rov. 3.6.
12 HR 20 oktober 1998, nr. 108.710; NJB 1998,141, p. 2006; HR 8 juni 1999, nr. 110.123; NJB 1999,100, p. 1329 (overwegingen n.a.v. het zevende middel).
13 HR 20 oktober 1998, nr. 108.710; NJB 1998,141, p. 2006; HR 8 juni 1999, nr. 110.123; NJB 1999,100, p. 1329 (overwegingen n.a.v. het zevende middel).
14 Zie o.a. HR 7 april 1981, NJ 1981, 443; HR 9 oktober 1984, NJ 1986, 675; HR 21 januari 1986, NJ 1987, 683; HR 31 maart 1987, NJ 1988, 167; HR 26 januari 1988, NJ 1988, 1818 (lees: NJ 1988. 818 AM); HR 2 mei 1989, DD 89.414.
15 Zie o.a. HR 7 april 1981, NJ 1981, 443; HR 9 oktober 1984, NJ 1986, 675; HR 21 januari 1986, NJ 1987, 683; HR 31 maart 1987, NJ 1988, 167; HR 26 januari 1988, NJ 1988, 1818 (lees: NJ 1988. 818 AM); HR 2 mei 1989, DD 89.414.
16 Zie over bij de verdachte liggende verwijtbaarheid bijv. HR NJ 1984, 97.
17 Zie over bij de verdachte liggende verwijtbaarheid bijv. HR NJ 1984, 97.
18 Bijv. HR NJ 1995, 439; 1990, 95; 1989, 100; 1988, 176.
19 Bijv. HR NJ 1995, 439; 1990, 95; 1989, 100; 1988, 176.
20 HR NJ 1992, 555..
21 HR NJ 1992, 555..
22 HR NJ 1998, 555.
23 HR NJ 1998, 555.
24 Hetzelfde geldt overigens naar mijn mening indien voldoende compensatie is geboden door de verdediging gelegenheid te bieden degenen die het onderzoek hebben uitgevoerd aan de tand te voelen. Zie HR 1992, 644. Zie voorts nog over vernietiging van stukken van overtuiging, waardoor tegenonderzoek niet meer mogelijk is DD 96.097 met als vervolg EHRM 6 juli 1999, NJB 1999,27, p. 1562.
25 Hetzelfde geldt overigens naar mijn mening indien voldoende compensatie is geboden door de verdediging gelegenheid te bieden degenen die het onderzoek hebben uitgevoerd aan de tand te voelen. Zie HR 1992, 644. Zie voorts nog over vernietiging van stukken van overtuiging, waardoor tegenonderzoek niet meer mogelijk is DD 96.097 met als vervolg EHRM 6 juli 1999, NJB 1999,27, p. 1562.
26 Vgl. bijvoorbeeld HR NJ 1996, 424 m.nt.'t H. en HR NJ 1984, 98.
27 Vgl. bijvoorbeeld HR NJ 1996, 424 m.nt.'t H. en HR NJ 1984, 98.
28 Zie op dit punt HR NJ 1998, 153.
29 Zie op dit punt HR NJ 1998, 153.
30 Ik wijs met het oog op een - voorzichtige - nuancering van incongruenties in gedragsdeskundige rapportages erop dat F.H.L. Beijaert in zijn bijdrage "Over de conclusie en het advies" (van de multidisciplinaire deskundigenrapportage van het PBC), ten aanzien van verschillen inzicht van die deskundigen het volgende heeft gesteld. "Natuurlijk zijn er van tijd tot tijd meningsverschillen, al zou men die meer verwachten dan in de praktijk het geval is. (...) Het streven naar consensus wordt (...) bevorderd, zij het niet tot elke prijs. Een minderheidsopvatting behoort tot de mogelijkheden (...). Meestal lukt het echter elkaar te overtuigen en een consensus-besluit te bereiken". Aldus Beijaert in: De persoon van de verdachte, 1995, tweede, geheel herz. druk, p. 107 en 108.
31 Ik wijs met het oog op een - voorzichtige - nuancering van incongruenties in gedragsdeskundige rapportages erop dat F.H.L. Beijaert in zijn bijdrage "Over de conclusie en het advies" (van de multidisciplinaire deskundigenrapportage van het PBC), ten aanzien van verschillen inzicht van die deskundigen het volgende heeft gesteld. "Natuurlijk zijn er van tijd tot tijd meningsverschillen, al zou men die meer verwachten dan in de praktijk het geval is. (...) Het streven naar consensus wordt (...) bevorderd, zij het niet tot elke prijs. Een minderheidsopvatting behoort tot de mogelijkheden (...). Meestal lukt het echter elkaar te overtuigen en een consensus-besluit te bereiken". Aldus Beijaert in: De persoon van de verdachte, 1995, tweede, geheel herz. druk, p. 107 en 108.