ECLI:NL:PHR:2001:AA9307
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over voorlopige deskundigenonderzoek en beginsel van hoor en wederhoor
In deze zaak staat centraal het verzoek van Winterthur Schadeverzekering om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten naar de medische gevolgen van een verkeersongeval waarbij de verweerder betrokken was. Er ontstond discussie over de benoeming van deskundigen, waarbij partijen verschillende neurologen voorstelden. De rechtbank benoemde een door verweerder voorgestelde deskundige, waarna Winterthur hoger beroep instelde.
Het hof verwierp het hoger beroep, maar de Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de rechtbank niet gehouden was Winterthur uitdrukkelijk uit te nodigen te reageren op bezwaren tegen de door verweerder voorgestelde deskundigen. De Hoge Raad benadrukt dat het beginsel van hoor en wederhoor vereist dat partijen gelegenheid krijgen zich uit te laten over essentiële processtukken, zeker wanneer nieuwe deskundigen worden voorgesteld na sluiting van de behandeling.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de rechter bij de benoeming van deskundigen in een voorlopig deskundigenonderzoek niet gebonden is aan de toestemming van partijen en zelfstandig beslist. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling waarbij het beginsel van hoor en wederhoor in acht wordt genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het beginsel van hoor en wederhoor.