ECLI:NL:PHR:2000:AA9440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid terugvorderingsbesluit bijstand ondanks formele gebreken
De zaak betreft een geschil tussen verzoekster en de gemeente Amsterdam over de terugvordering van bijstand over de periode van 1 september 1991 tot en met 30 april 1993. De gemeente stelde dat verzoekster onjuiste informatie had verstrekt over haar inkomsten en verblijf in Spanje, waardoor zij ten onrechte bijstand had ontvangen.
De kantonrechter oordeelde dat verzoekster niet aan haar mededelingsplicht had voldaan en wees het verzoek van de gemeente tot terugvordering toe. De rechtbank bekrachtigde dit oordeel in hoger beroep. Verzoekster stelde cassatie in tegen deze beslissing met meerdere middelen, waaronder dat het terugvorderingsbesluit niet rechtsgeldig was omdat het niet schriftelijk en met redenen omkleed was genomen en niet aan haar was medegedeeld.
De Hoge Raad overwoog dat het oude artikel 61 van Pro de Algemene Bijstandswet (oud) van toepassing was, dat niet eist dat het terugvorderingsbesluit schriftelijk is opgesteld of met redenen is omkleed. Het volstaat dat uit de stukken blijkt dat een besluit tot terugvordering is genomen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders voldoende bewijs vormde dat een besluit was genomen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing was op het terugvorderingsbesluit in deze periode en dat de civiele rechter de redelijkheid van het terugvorderingsbesluit mag toetsen. Verzoeksters verweren werden verworpen omdat zij onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het terugvorderingsbesluit van de gemeente wordt als rechtsgeldig bevestigd.