ECLI:NL:PHR:2000:AA9137
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij terugvordering bijzondere bijstand na wetswijziging
In deze zaak staat centraal of de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek tot terugvordering van bijzondere bijstand dat na 1 juli 1997 is ingediend. De gemeente had betrokkene renteloze geldleningen verstrekt en wilde het openstaande bedrag via de kantonrechter terugvorderen. De kantonrechter wees het verweer van betrokkene af en kende het verzoek toe, wat door betrokkene in hoger beroep werd bevestigd.
Betrokkene stelde in cassatie dat de kantonrechter onbevoegd was, omdat sinds 1 juli 1997 de terugvordering van bijstandskosten via een bestuursrechtelijke procedure moet verlopen. De Hoge Raad oordeelt dat de kantonrechter inderdaad onbevoegd is indien het terugvorderingsbesluit na die datum is genomen, maar dat uit het dossier niet blijkt of een dergelijk besluit vóór 1 juli 1997 is genomen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling, omdat niet is uitgesloten dat een terugvorderingsbesluit vóór de wetswijziging is genomen. De zaak bevat ook een bespreking van de toepasselijke overgangsrechtelijke bepalingen en de ambtshalve toetsing van absolute bevoegdheid door de rechter.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de kantonrechter en verwijst de zaak naar het hof wegens onduidelijkheid over de bevoegdheid.