ECLI:NL:PHR:2000:AA9132
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening in terugvorderingsprocedure bijstandskosten
In deze zaak ging het om een verzoek van de Gemeente om terugvordering van ten onrechte verleende bijstand aan de toenmalige echtgenote van verzoeker over de periode maart tot en met december 1994. De kantonrechter wees het verzoek toe bij beschikking van 25 februari 1998. Verzoeker werd hiervan op 3 april 1998 schriftelijk in kennis gesteld.
Verzoeker stelde op 1 mei 1998 hoger beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld. Verzoeker stelde dat de kantonrechter geen datum voor uitspraak had bepaald en dat hij zonder advocaat was verschenen, wat tot verwarring zou hebben geleid.
De Hoge Raad oordeelde dat de oude procesregels van toepassing waren, omdat het besluit tot terugvordering dateerde van vóór 1 juli 1997. De rechtbank had terecht de ontvankelijkheid beoordeeld aan de hand van deze regels. De Hoge Raad bevestigde dat de kennisgeving van de beschikking tijdig was gedaan en dat verzoeker ruim voldoende tijd had om hoger beroep in te stellen. Het beroep werd verworpen omdat verzoeker zijn verzuim niet had kunnen rechtvaardigen.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet tijdig instellen daarvan binnen de beroepstermijn.