ECLI:NL:PHR:2000:AA9100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelating van cassatie tegen uitspraak op verzet in belastingrechtelijke procedure
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin het verzet van de Stichting X tegen een niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep door de voorzitter van het hof gegrond werd verklaard. Het geschil draait om de vraag of het beroep tijdig was ingediend en of tegen een uitspraak op verzet cassatieberoep mogelijk is.
Het Hof stelde vast dat het beroepschrift op 12 januari 1999 bij de griffie was ingekomen, terwijl de beroepstermijn op 11 januari 1999 eindigde. Gezien het poststempel achtte het Hof het niet uitgesloten dat het beroepschrift op 11 januari was verzonden, waardoor het beroep tijdig kon zijn. De voorzitter had het beroep echter niet-ontvankelijk verklaard, wat het Hof in verzet ongedaan maakte.
De Hoge Raad overweegt dat zowel onder het oude als het nieuwe recht cassatieberoep tegen een uitspraak op verzet is toegelaten. Een gegrond verklaard verzet leidt tot verval van de voorzittersbeschikking en voortzetting van de procedure, waarbij ook de ontvankelijkheid van het beroep opnieuw wordt beoordeeld. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is en wijst het beroep af.
Deze uitspraak bevestigt de rechtspraktijk dat tegen uitspraken op verzet in belastingzaken cassatie openstaat en verduidelijkt de procedurele gevolgen van een gegrond verzet, met name dat de zaak in de reguliere procedure wordt voortgezet en ontvankelijkheid opnieuw wordt getoetst.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt bevestigd.