ECLI:NL:PHR:2000:AA8207
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bewijs bij autodiefstal en opzetheling, vernietigt teruggavebeslissingen inzake voertuigen
Het arrest betreft een cassatieprocedure tegen een vonnis van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere feiten van diefstal, diefstal met braak, en opzetheling van auto-onderdelen en verwarmingsketels. De verdediging voerde aan dat bewijs onrechtmatig was verkregen omdat de vordering tot het verkrijgen van printgegevens en de tapmachtiging niet op voldoende concrete verdenking waren gebaseerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat er voldoende feiten en omstandigheden waren die een redelijk vermoeden van schuld aan deelname aan een criminele organisatie rechtvaardigden. Dit rechtvaardigde de vordering ex art. 125f Sv en de daarop gebaseerde tapmachtiging ex art. 125g Sv. Het feit dat het gerechtelijk vooronderzoek beperkt was tot een bepaalde periode en dat de opsporing zich richtte op toekomstige strafbare feiten binnen de organisatie deed hieraan niet af.
Verder werd de bewijsconstructie omtrent de aanwezigheid van verwarmingsketels in de door verdachte gehuurde loods en zijn wetenschap daarvan als toereikend beoordeeld. De Hoge Raad verwierp het verweer dat de verklaring van verdachte niet was opgenomen in de bewijsmiddelen, omdat essentiële elementen daarvan elders in het dossier waren terug te vinden.
Ten aanzien van de teruggave van twee inbeslaggenomen voertuigen aan derden oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom deze niet aan verdachte teruggegeven moesten worden. De zaak werd daarom vernietigd voor zover het de teruggave van deze voertuigen betrof en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling. De overige middelen werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van het bewijs en vernietigt de beslissingen over teruggave van twee voertuigen wegens onvoldoende motivering.