ECLI:NL:PHR:2000:AA8103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in faillissementszaak wegens onbevoegdheid verzoeker
In deze zaak staat centraal of verzoeker terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beroep tegen een beschikking van de rechter-commissaris in het faillissement van BLM BV. Verzoeker was zelf failliet en directeur van BLM. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat verzoeker geen schuldeiser is in het faillissement van BLM en de vordering tot zijn eigen failliete boedel behoort, waardoor alleen zijn curator bevoegd is om deze in te dienen.
Verzoeker stelde dat de beroepstermijn onjuist was toegepast, maar de Hoge Raad oordeelde dat de termijn van vijf dagen correct was verlengd naar 22 november 1999 omdat de laatste dag op een zondag viel. Hoewel deze overweging onjuist was, had verzoeker hier geen belang bij omdat hij geen geldige klacht had geformuleerd tegen de hoofdgrond van niet-ontvankelijkheid.
De Hoge Raad bevestigde dat de salarisvordering van verzoeker op BLM valt binnen zijn failliete boedel en dat alleen zijn curator bevoegd is om deze in te dienen. De vraag of het verzoek strekte tot het indienen van de vordering of tot beroep tegen weigering van de curator bleef onbesproken omdat verzoeker hierover niet klaagde. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen en zijn niet-ontvankelijkheid bevestigd.