ECLI:NL:PHR:2000:AA7909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt adoptie door stiefouder ondanks bezwaar biologische vader
De zaak betreft een verzoek tot adoptie van drie kinderen door hun moeder en stiefvader, tegen wie de biologische vader gemotiveerd bezwaar maakte. De vader had een relatie met de moeder en erkende twee van de drie kinderen biologisch. Na beëindiging van de relatie en het vormen van een nieuw gezin met de stiefvader, werd een omgangsregeling vastgesteld.
De rechtbank wees het adoptieverzoek af, maar het hof vernietigde die beschikking en wees het verzoek alsnog toe. Het hof motiveerde dat de adoptie in het kennelijk belang van de kinderen was, mede vanwege het ontbreken van contact met de vader, de bedreigende situatie en de strafrechtelijke veroordeling van de vader.
De vader stelde meerdere klachten in cassatie, waaronder dat het hof onvoldoende onderscheid maakte tussen de kinderen en dat de strafrechtelijke veroordeling niet relevant was. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, waarbij het belang van de kinderen zwaar woog.
De Hoge Raad benadrukte dat adoptie het familierechtelijk contact met de biologische ouder beëindigt, maar dat omgang met de niet-adopterende ouder mogelijk blijft. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarmee de adoptie definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de vader en bevestigt de adoptie door moeder en stiefvader in het belang van de kinderen.