ECLI:NL:PHR:2000:AA7483

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/165HR
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 76 RvArt. 135 RvArt. 407 RvArt. 409 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering van verstek wegens overschrijding termijn hernieuwde oproeping

In deze zaak heeft ING Bank NV Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) gedagvaard voor de Hoge Raad. De oorspronkelijke zitting was gepland op 12 mei 2000, maar de zaak is toen niet behandeld omdat deze niet op de rol stond. ING heeft vervolgens geprobeerd het verzuim te herstellen door STE opnieuw op te roepen voor de zitting van 9 juni 2000. STE is echter niet verschenen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet een hernieuwde oproeping binnen veertien dagen na de oorspronkelijke rechtsdag plaatsvinden. In dit geval is de dagvaarding voor de hernieuwde oproeping na meer dan veertien dagen uitgebracht, wat te laat is. ING heeft geen geldige redenen aangevoerd waarom deze termijn niet gehaald kon worden.

Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat het verstek moet worden geweigerd. Dit betekent dat de procedure niet kan worden voortgezet zonder dat STE aanwezig is, omdat de regels omtrent de termijn voor hernieuwde oproeping niet zijn nageleefd.

Uitkomst: Het verstek wordt geweigerd wegens overschrijding van de termijn voor hernieuwde oproeping.

Conclusie

Zitting 30 juni 2000
Rolnr. C 00/165 HR
mr Spier
Conclusie
inzake
ING Bank NV (hierna: ING)
tegen
Stichting Toezicht Effectenverkeer (hierna: STE)
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij dagvaarding van 12 april 2000 heeft ING STE opgeroepen om te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 12 mei 2000.
2. Blijkens de rolkaart en - naar ik begrijp - het herstelexploit van 31 mei 2000 is deze zaak niet ingeschreven voor de rol van 12 mei 2000. De zaak heeft dan ook niet gediend.
3. Bij het onder 2 genoemde exploit heeft ING getracht het verzuim te herstellen door STE op te roepen voor de zitting van 9 juni 2000. De zaak is toen wél ingeschreven. STE is niet verschenen.
4. Ingevolge de rechtspraak van Uw Raad moet in gevallen als de onderhavige de hernieuwde oproep plaatsvinden binnen veertien dagen na de oorspronkelijke rechtsdag.1 In casu is de dagvaarding na meer dan veertien dagen uitgebracht. Dat is te laat. Door ING zijn in het herstelexploit geen redenen aangevoerd - en zij zijn ook moeilijk te bevroeden - waarom deze termijn in casu te kort was en daarom redelijkerwijs niet kon worden gehaald.2
5. Het verstek zal dan ook moeten worden geweigerd.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot weigering van het verstek.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
wnd.
O.m. HR 17 december 1982, NJ 1984, 59 WHH. Zie nader Hugenholtz/Heemskerk (19e dr) nr 58.
2 Het in noot 1 genoemde arrest laat de mogelijkheid open dat een langere termijn geldt.