ECLI:NL:PHR:2000:AA7205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt peildatum voor waardering bij verdeling huwelijksgemeenschap
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de waardering en verdeling van activa binnen hun huwelijksgemeenschap na echtscheiding. De rechtbank had op 6 december 1996 de verdeling vastgesteld, maar de waardering van enkele activa, waaronder onroerend goed en een claim, was nog niet definitief vastgesteld. De vrouw stelde hoger beroep in tegen de waardering van deze activa en betoogde dat de peildatum voor waardering niet de datum van de uitspraak van de rechtbank, maar een latere datum moest zijn.
Het hof stelde dat de peildatum voor waardering in beginsel de datum van de uitspraak van de rechtbank is, tenzij partijen anders overeenkomen of de redelijkheid en billijkheid een andere datum vereisen. De vrouw voerde aan dat het tijdsverloop en het feit dat de waardebepaling later plaatsvindt reden zijn om hiervan af te wijken, maar het hof oordeelde dat zij onvoldoende argumenten had aangevoerd om de hoofdregel te verlaten.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de vrouw. De Hoge Raad benadrukte dat de peildatum voor de waardering van de goederen in de huwelijksgemeenschap de datum van de uitspraak van de rechtbank is, omdat op die dag wordt vastgesteld wat aan ieder toekomt. De latere tenuitvoerlegging van de uitspraak doet hier niet aan af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; de peildatum voor waardering is de datum van de uitspraak van de rechtbank.