ECLI:NL:PHR:2000:AA7038
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieverplichting na echtscheiding ondanks lagere buitenlandse inkomsten vrouw
Partijen zijn op 6 juli 1968 gehuwd en zijn bij beschikking van 2 juli 1997 gescheiden. De vrouw vorderde een bijdrage in haar levensonderhoud van 2.500 gulden per maand. De rechtbank kende haar een uitkering toe van 1.000 gulden per maand, welke beschikking door de man in hoger beroep werd aangevochten. Het hof vernietigde de beschikking en kende de vrouw met ingang van 1 januari 1999 een alimentatie van 2.500 gulden toe, rekening houdend met haar lagere salaris in Costa Rica en de hoge levensstandaard tijdens het huwelijk.
De man stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte rekening had gehouden met de huurlast van de vrouw en haar keuze voor een baan met een lager salaris. De Hoge Raad verwierp deze middelen, stellende dat het hof de omstandigheden juist had meegewogen en dat het oordeel van het hof over de draagkracht en behoefte van partijen niet nadere motivering behoeft.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de alimentatieverplichting van de man ondanks de gewijzigde omstandigheden van de vrouw, waarbij rekening is gehouden met haar levensstandaard tijdens het huwelijk en haar behoefte vanaf 1 januari 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de alimentatieverplichting van 2.500 gulden per maand.