ECLI:NL:PHR:2000:AA6462
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitleveringsuitspraak wegens onvoldoende bewijs en sluitend alibi
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van Duitsland voor vijf bankovervallen gepleegd in Aken tussen oktober 1998 en januari 1999. De opgeëiste persoon wordt ervan verdacht bij alle overvallen betrokken te zijn geweest, maar heeft voor vier van de vijf data een sluitend alibi aangevoerd, ondersteund door verklaringen van zijn werkgever en collega’s.
De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering toelaatbaar, maar liet het alibi onvoldoende meewegen en motiveerde niet waarom het alibi niet voldoende was om het vermoeden van schuld te weerleggen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank had moeten onderzoeken of het alibi voldoende aannemelijk was en zo nodig getuigen had moeten horen op grond van de Uitleveringswet.
De Hoge Raad benadrukt dat een alibi in een uitleveringsprocedure alleen kan worden verworpen als de rechtbank onverwijld overtuigd is dat er toch een vermoeden van schuld bestaat. De rechtbank heeft dit niet gedaan en heeft ook nagelaten te motiveren waarom het alibi niet overtuigend was.
De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak en bepaalt dat de zaak opnieuw moet worden behandeld, waarbij nader onderzoek naar het alibi en de betrokkenheid van de opgeëiste persoon moet plaatsvinden. Dit kan ook gevolgen hebben voor de andere feiten, aangezien de foto’s van de overvaller mogelijk niet overeenkomen met de opgeëiste persoon.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitleveringsuitspraak wegens onvoldoende motivering en onderzoek omtrent het alibi van de opgeëiste persoon.