ECLI:NL:PHR:2000:AA6201
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling assurantiebelastingplicht van borgtochtgarantie bij nieuwbouwwoningen
Deze zaak betreft de fiscale kwalificatie van een garantie die via een borgtochtregeling wordt afgegeven aan kopers van nieuwbouwwoningen. De garantie wordt verstrekt door een stichting (A) via een aangesloten organisatie (B) aan kopers, waarbij aannemers een provisie betalen aan B. De vraag is of deze garantie als een verzekering in de zin van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BvR) moet worden aangemerkt, waarover assurantiebelasting verschuldigd is, of als een borgtocht, die niet belast is.
Het Hof had geoordeeld dat er sprake was van een verzekeringsovereenkomst tussen A en de kopers, waarbij de aannemer de koper vertegenwoordigt en de provisie als premie wordt betaald. De belanghebbende, die een herverzekeringsovereenkomst met B heeft, zou daardoor onterecht assurantiebelasting zijn nageheven. De Hoge Raad stelt echter dat het oordeel van het Hof onvoldoende gemotiveerd is, met name omdat niet is vastgesteld dat de aannemer namens of in opdracht van de koper handelt bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en het betalen van de provisie.
De Hoge Raad concludeert dat de garantie die aan de kopers wordt gegeven civielrechtelijk moet worden gekwalificeerd als een borgtocht. De borgtocht is een accessoire en subsidiaire verbintenis waarbij A zich garant stelt voor de nakoming van de verplichtingen van de aannemer jegens de koper. De provisie die de aannemer betaalt is een borgtochtvergoeding en geen premie. De belanghebbende staat borg jegens B en niet jegens de kopers. De verhouding tussen B en de belanghebbende kan wel als verzekering worden gekwalificeerd, maar dit betreft een zelfstandige herverzekering die wel assurantiebelastingplichtig is. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader feitelijk onderzoek, met name over het beroep op het vertrouwensbeginsel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat de garantie een borgtocht is, niet een verzekering, en verwijst de zaak voor nader onderzoek.