ECLI:NL:PHR:2000:AA6164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid schuldeiser tot vorderinginstelling curator op grond van artikel 69 Faillissementswet
In deze zaak heeft een schuldeiser, hier verzoeker genoemd, verzocht de curator te bevelen een rechtsvordering tegen een verzekeraar in te stellen. De curator had deze vordering erkend maar geweigerd de procedure te starten, mede omdat het risico voor de boedel aanzienlijk was en de opbrengst vermoedelijk niet ten goede zou komen aan de boedel.
De rechter-commissaris wees het verzoek af en de rechtbank bevestigde deze beslissing. De rechtbank overwoog dat het belang van verzoeker een persoonlijk belang betrof en niet een boedelbelang. Tevens had de curator aangeboden de vordering aan verzoeker te cederen, wat verzoeker had afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 69 Faillissementswet Pro schuldeisers het recht geeft om op te komen tegen het beheer van de curator, maar niet om via deze weg persoonlijke rechten tegenover de boedel af te dwingen. Het belang van verzoeker werd als persoonlijk aangemerkt en niet als een belang dat de curator namens de boedel moet behartigen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal en het arrest van de Hoge Raad wijzen op het belang van het onderscheid tussen boedelbelangen en persoonlijke belangen van schuldeisers bij het toepassen van artikel 69 Faillissementswet Pro.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt verworpen; artikel 69 Faillissementswet beschermt boedelbelangen, niet persoonlijke belangen van schuldeisers.