ECLI:NL:PHR:2000:AA5658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voormalige aandeelhoudster voor onttrekkingen bij faillissement dochtervennootschap
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de curator van de failliete vennootschap J. Domp B.V. tegen Montedison Finance Europe N.V. en andere verweerders. Domp was importeur en distributeur van muziekinstrumenten en ging failliet in 1989. Montedison was tot 30 september 1988 enig aandeelhouder van Domp en verkocht haar aandelen aan Fender BV, waarna Domp dividend en reserves uitkeerde die volgens de curator het eigen vermogen negatief maakten en het faillissement onvermijdelijk maakten.
De curator stelde Montedison aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad en onbehoorlijk bestuur, stellende dat Montedison via haar machtspositie en via een werknemer ([oud-werknemer]) feitelijk het beleid van Domp bepaalde. Montedison voerde verweer dat zij na de aandelenoverdracht geen invloed meer had en dat de handelingen van [oud-werknemer] niet aan haar konden worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat Montedison onrechtmatig had gehandeld en veroordeelde haar tot vergoeding van het faillissementstekort. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, overwegende dat Montedison geen feitelijk bestuurder was en dat de curator onvoldoende feiten had gesteld om aansprakelijkheid aan te nemen. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat het bewijs van feitelijk bestuur of onbehoorlijk bestuur niet is geleverd en dat de verwijten van de curator onvoldoende concreet zijn onderbouwd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Montedison niet aansprakelijk is voor het faillissementstekort van Domp.