ECLI:NL:PHR:2000:AA5649
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid beëindigingsbesluit bijstand ondanks verzuim bezwaar
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van bijstand die aan verzoeker was toegekend door de gemeente Boarnsterhim. De gemeente beëindigde de uitkering per 10 juli 1996 wegens het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke inlichtingen door verzoeker. Verzoeker tekende pas op 26 maart 1999 bezwaar aan tegen deze beëindiging, terwijl de gemeente op 1 september 1998 een terugvorderingsbesluit nam en een procedure startte bij de kantonrechter.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat het bezwaar te laat was ingediend en dat verzoeker gehouden was tot terugbetaling van de bijstand. Verzoeker stelde in cassatie dat het besluit van 18 maart 1997 geen formele rechtskracht had omdat er geen bezwaar- en beroepsmogelijkheid bestond tegen dat besluit. De Hoge Raad oordeelde echter dat het besluit een beëindigingsbesluit was in de zin van art. 69 lid 3 van Pro de oude Algemene bijstandswet (Abw), waartegen wel bezwaar en beroep openstond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verzoeker tijdig bezwaar had moeten maken tegen het beëindigingsbesluit. Het terugvorderingsbesluit van 1 september 1998 was een aparte procedure die pas na het beëindigingsbesluit kon volgen. De Hoge Raad benadrukte dat de procedure van de oude Abw correct was gevolgd en dat de civiele rechter gebonden was aan de onherroepelijkheid van het bestuursrechtelijke besluit wegens het verzuim van verzoeker.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.