ECLI:NL:PHR:2000:AA5595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en verwijzing in vrijwaringsprocedure bij koopovereenkomst tuinbouwbedrijf
In deze zaak gaat het om een koopovereenkomst van grond en een kas tussen verkoper en koper, waarbij geen personeelsovername plaatsvond. Een oud-werknemer van verkoper vorderde loonbetaling van koper, die vervolgens verkoper in vrijwaring wilde oproepen. De kantonrechter verklaarde koper niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van de vrijwaringsprocedure. Koper stelde hoger beroep in tegen de kostenveroordeling. De rechtbank oordeelde dat de kantonrechter onbevoegd was en dat de vordering zich niet leende voor een vrijwaringsprocedure, waardoor geen verwijzing naar een andere rechter volgde.
De Hoge Raad stelt dat de kantonrechter inderdaad onbevoegd was en dat de rechtbank de zaak op grond van artikel 157a lid 1 Rv had moeten verwijzen naar het gerechtshof. De rechtbank heeft onjuist geoordeeld dat de vordering zich niet leende voor vrijwaring, aangezien de hoofdzaak tot de absolute competentie van een andere rechter behoorde. Desondanks concludeert de Hoge Raad dat koper geen belang heeft bij vernietiging en verwijzing, omdat in hoger beroep alleen de kostenveroordeling aan de orde was en het hof geen andere beslissing zou kunnen nemen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de proceskostenveroordeling van koper. De zaak benadrukt de juiste toepassing van bevoegdheidsregels en verwijzingsprocedures in vrijwaringszaken binnen het civiele procesrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de proceskostenveroordeling van koper wordt bevestigd.