ECLI:NL:PHR:2000:AA5592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verlenging machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak ging het om de cassatie tegen een beschikking van de rechtbank die een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis had verleend aan betrokkene. Betrokkene verbleef al jaren ambulant en betoogde dat zij geen gevaar meer vormde en dat de machtiging niet langer als stok achter de deur mocht worden gebruikt.
De rechtbank had geoordeeld dat betrokkene door haar ziekte gevaar veroorzaakte dat niet zonder rechterlijke machtiging buiten het ziekenhuis kon worden afgewend, met name omdat zij niet vrijwillig de noodzakelijke medicatie bleef gebruiken. De Hoge Raad overwoog dat dit oordeel voldoende was gemotiveerd, mede gelet op de geneeskundige verklaring en het behandelingsverslag.
Daarnaast werd het begrip 'paraplumachtiging' besproken, waarbij de machtiging geldt indien betrokkene buiten het ziekenhuis weigert mee te werken aan behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat het feit dat opeenvolgende machtigingen werden verleend geen bezwaar is zolang aan de wettelijke vereisten wordt voldaan.
Een klacht over de feitelijke vaststelling van verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis werd verworpen omdat de rechtbank duidelijk had gesteld dat betrokkene feitelijk niet meer in het ziekenhuis verbleef, en de aanduiding in de beschikking een juridische verwijzing betrof.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de verlenging van de machtiging tot voortgezet verblijf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf wordt bevestigd.