ECLI:NL:PHR:2000:AA5522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot oplegging dwangsom bij omgangsregeling en informatieplicht in familierecht
In deze zaak staat de vraag centraal of een rechtbank een dwangsom kan opleggen om de nakoming van een omgangsregeling en een informatieplicht jegens de vader af te dwingen. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader recht had op contact met zijn zoon en de moeder verplicht was hierover informatie te verstrekken. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval de moeder hierin tekort zou schieten.
Het hof vernietigde de oplegging van de dwangsom met het oordeel dat er geen sprake was van een veroordeling tot nakoming, maar slechts van het vaststellen van een omgangsregeling. De moeder was volgens het hof niet verplicht tot nakoming met dwangsom, ook al hield zij zich niet aan de regeling.
De Hoge Raad stelt dat een dwangsom slechts kan worden verbonden aan een hoofdveroordeling tot nakoming, en dat het vaststellen van een omgangsregeling op zichzelf niet voldoende is. Echter, in deze zaak had de rechtbank meer gedaan dan alleen een regeling vaststellen; zij had de moeder veroordeeld tot nakoming met dwangsom vanwege haar weigering contact toe te staan en informatie te verstrekken.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee wordt bevestigd dat de rechter bevoegd is een dwangsom op te leggen ter afdwinging van een omgangsregeling en de daarbij behorende informatieplicht, mits sprake is van een veroordeling tot nakoming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bevestigt dat een dwangsom kan worden verbonden aan een veroordeling tot nakoming van een omgangsregeling en informatieplicht.