ECLI:NL:PHR:2000:AA5407
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijheid rechter bij vaststelling terugbetaling bijstand in bedrag ineens of termijnen
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking waarin werd bepaald dat verzoekster een bedrag van f 45.535,19 aan de Gemeente Haarlem terstond moest voldoen als terugbetaling van teveel ontvangen bijstand over de periode juni 1991 tot maart 1993.
De kantonrechter had de terugvordering ineens vastgesteld wegens gebrek aan gegevens voor een betalingsregeling. De rechtbank bekrachtigde dit oordeel en wees een verzoek tot aflossing in termijnen af, mede omdat verzoekster een bijstandsuitkering ontving en maandelijks ten minste 90% van de bijstandsnorm moest worden gelaten.
In cassatie stond centraal of de rechter verplicht is een betalingsregeling vast te stellen of dat hij discretionair kan bepalen dat het gehele bedrag ineens wordt gevorderd. De Hoge Raad oordeelde dat art. 64 lid 1 ABW Pro (oud) de rechter een discretionaire bevoegdheid geeft, en dat het woord 'kan' niet impliceert dat een betalingsregeling de hoofdregel is.
De Hoge Raad verwierp ook de klacht dat de motivering van de rechtbank onjuist was, omdat deze rekening hield met de omstandigheden van verzoekster en de wettelijke beslagregels. De conclusie was dat het cassatieberoep ongegrond is en de beschikking in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de rechter discretionair kan bepalen dat terugbetaling van bijstand ineens moet geschieden en wijst het cassatieberoep af.