ECLI:NL:PHR:2000:AA5261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep na faillietverklaring en schorsing van procedure
In deze zaak stond centraal de vraag of een eiser, die na zijn faillietverklaring een hoger beroep had ingesteld maar het verzuim had begaan de zaak tijdig op de rol te schrijven, ontvankelijk was in zijn cassatieberoep. De rechtbank had de vorderingen van verweerder toegewezen, waarna eiser hoger beroep instelde. Door de faillietverklaring van eiser op 17 februari 1993 ontstond discussie over de gevolgen hiervan voor de aanhangige procedure.
Het hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk omdat het herstel van het verzuim niet met bekwame spoed was geschied. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof heeft miskend dat het hoger beroep op het moment van faillietverklaring aanhangig was en dat op grond van art. 29 Faillissementswet Pro de procedure vanaf die datum van rechtswege geschorst is. Hierdoor zijn alle na de faillietverklaring verrichte proceshandelingen nietig.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verstaat dat het hoger beroep met ingang van 17 februari 1993 is geschorst. De procedure dient te worden hervat in de staat waarin zij zich ten tijde van de schorsing bevond, waarbij partijen kunnen volstaan met het aanleveren van stukken voor arrest. De klacht dat het herstel van het verzuim met bekwame spoed had plaatsgevonden faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en het hoger beroep wordt geacht vanaf faillissementsdatum geschorst te zijn.