ECLI:NL:PHR:2000:AA5164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering gevaarscriterium
In deze zaak betrof het een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht die een voorlopige machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis had verleend op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz).
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het gevaar voor betrokkene bestond, ondanks dat betrokkene het gevaar betwistte. De geneeskundige verklaring en verklaringen van betrokkenen spraken in algemene termen over zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, maar specificeerden niet concreet welk gevaar bestond. De rechtbank had niet voldoende onderzoek gedaan naar de aard van het gevaar en de proportionaliteit van de gedwongen opname.
Daarnaast werd de diagnose schizofrenie niet in cassatie getoetst omdat dit een feitelijke beoordeling betreft. De overschrijding van de beslissingstermijn van art. 9 lid 1 Bopz Pro leidde niet tot nietigheid van de beschikking. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling met een betere motivering van het gevaarscriterium.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de voorlopige machtiging wegens onvoldoende motivering van het gevaarscriterium en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.