ECLI:NL:PHR:2000:AA4851
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigeningsbesluit gemeente Oirschot ondanks betwisting zelfrealisatie
De gemeente Oirschot besloot in 1996 tot onteigening van percelen eigendom van M.C. Wouters ten behoeve van het bestemmingsplan "PIROC-Strijpsche Kampen". Na goedkeuring door Gedeputeerde Staten werd de onteigening vervroegd uitgesproken door de rechtbank in 1999, waarbij ook J.M.H.C. Wouters als pachter werd toegelaten als tussenkomende partij. Rhee-Bra C.V. en Van Rhee B.V. werden niet als partij toegelaten vanwege betwisting van hun eigendomsrechten.
In cassatie betoogden Wouters en J.M.H.C. Wouters dat zij samen met Rhee-Bra C.V. het bestemmingsplan zelf konden realiseren, waardoor onteigening niet nodig was. Zij boden bewijs aan ter onderbouwing hiervan. De rechtbank had echter geoordeeld dat nader feitenonderzoek naar zelfrealisatie niet mogelijk was vanwege de spoed van de procedure en dat de gemeente gemotiveerd had bestreden dat zelfrealisatie een reële mogelijkheid was.
Verder werd het standpunt van de gemeente dat zij voldoende serieus had onderhandeld over minnelijke verwerving bevestigd, waarbij de rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een onredelijk standpunt van de gemeente. De Hoge Raad bevestigt dat Rhee-Bra C.V. en Van Rhee B.V. niet ontvankelijk zijn in cassatie, omdat zij geen partij waren in het onteigeningsgeding. Tevens wordt het cassatieberoep van Wouters en J.M.H.C. Wouters verworpen omdat de rechterlijke toetsing van de noodzaak tot onteigening beperkt is tot rechtmatigheid en niet de bestuurlijke belangenafweging mag vervangen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onteigening blijft in stand.