ECLI:NL:PHR:2000:AA4437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aansprakelijkheid en verzekeringsuitkering bij schade door nevenbedrijf
In deze zaak stond centraal of Winterthur, een aansprakelijkheidsverzekeraar, gehouden was tot uitkering van schadevergoeding aan Rosenberg, die schade had geleden door een valincident bij Van der Bol. Van der Bol was verzekerd bij Winterthur, maar de verzekeringsvoorwaarden sloten aansprakelijkheid uit voor schade veroorzaakt tijdens de uitoefening van een (neven)bedrijf of (neven)beroep.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Van der Bol handelde tijdens de uitoefening van zijn nevenbedrijf, namelijk de verkoop van vis, en dat Winterthur daarom niet tot uitkering verplicht was. Rosenberg stelde dat hij een eigen recht op uitkering had, maar dit werd verworpen omdat Winterthur geen vertrouwen had gewekt tot rechtstreekse betaling aan hem.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en benadrukte dat de wetgever geen rechtstreeks vorderingsrecht van de benadeelde jegens de verzekeraar heeft gecreëerd. Ook al zou de schade onder de dekking vallen, zou Rosenberg geen aanspraak kunnen maken op betaling van Winterthur. De klacht van Rosenberg werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Winterthur niet gehouden is tot uitkering en Rosenberg geen rechtstreekse vordering heeft.