ECLI:NL:PHR:1999:AA2786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vrijheid toerekening fiscaal erkend kapitaal bij uitgifte bonusaandelen
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de heffing van dividendbelasting bij uitgifte van bonusaandelen door X B.V. De kern van het geschil is of over een bedrag van ƒ 199.617,- dividendbelasting verschuldigd is, nu de bonusaandelen zijn uitgegeven ten laste van de fiscaal erkende agioreserve.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 44 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964) het begrip 'gestort kapitaal' omvat dat zowel nominaal kapitaal als agio omvat, zonder noodzaak tot onderscheid tussen manco's in nominaal kapitaal en agio. De vennootschap staat vrij om het fiscaal erkende kapitaal toe te rekenen aan nominaal kapitaal of agio, mits dit plaatsvindt volgens de vennootschapsrechtelijke regels en consistent wordt toegepast.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat een eerdere keuze omtrent toerekening van fiscaal erkend kapitaal niet bindend is indien die keuze niet fiscaal relevant was op het moment van maken. In casu was de eerste relevante keuze de uitgifte van bonusaandelen, waardoor de belanghebbende niet gebonden was aan eerdere boekhoudkundige keuzes.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de uitgifte van bonusaandelen ten laste van de fiscaal erkende agioreserve niet leidt tot dividendbelastingheffing over het betwiste bedrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; uitgifte van bonusaandelen ten laste van de fiscaal erkende agioreserve leidt niet tot dividendbelastingheffing over het betwiste bedrag.