ECLI:NL:PHR:1999:AA2617
Parket bij de Hoge Raad
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting ondanks ontbreken kettingbeding verhuurverplichting
B.V. X kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1 januari 1987 tot en met 31 december 1989. Na bezwaar en vermindering door de Inspecteur, werd het geschil aan het Gerechtshof voorgelegd. De Hoge Raad vernietigde eerder een uitspraak van het Gerechtshof en verwees de zaak terug voor herbeoordeling.
Het Hof oordeelde dat er geen contractueel kettingbeding bestond dat een verplichting tot verhuur oplegde voor het project van belanghebbende. B.V. X stelde dat er wel sprake was van een dergelijke verplichting, onder meer vanwege commerciële gebondenheid en overdracht van contractuele bepalingen aan een stichting. De Hoge Raad oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren om te concluderen dat een kettingbeding bestond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de naheffingsaanslag zoals verminderd door de Inspecteur. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 10 november 1999 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van B.V. X wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.