Conclusie
middelhoudt een tweetal klachten in.
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft de verkoop en aflevering van 50.000 MDMA-pillen via een pseudokoop op 17 maart 1997. Het Hof Leeuwarden bevestigde het vonnis van de rechtbank Groningen waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard wegens onvoldoende mogelijkheden tot controle op de buitenlandse opsporingsfase en voortzetting van de pseudokoop tegen eigen oordeel in.
De Hoge Raad overweegt dat het Hof terecht stelde dat de rechter voldoende gelegenheid moet krijgen om de rechtmatigheid van de inzet van het bijzondere opsporingsmiddel pseudokoop te toetsen, vooral bij buitenlandse voorbereidingen. Echter, de Hoge Raad vindt de motivering van het Hof onvoldoende, omdat de Duitse autoriteiten bereid waren nadere informatie te verschaffen, waardoor controle mogelijk was geweest.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de voortzetting van de pseudokoop zodanig in strijd was met de beginselen van een goede procesorde dat niet-ontvankelijkheid gerechtvaardigd was. Gezien de ernst van het feit en het ontbreken van nadere motivering is vernietiging en verwijzing naar een ander gerechtshof passend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting in hoger beroep, waarbij de rechter de mogelijkheid moet krijgen om de inzet van de pseudokoop en de rol van de informant nader te onderzoeken.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.