Conclusie
Onderdeel 5acht rov. 4.8 van het bestreden arrest rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk. Het voert daartoe aan dat het hof heeft miskend dat de vordering tot schadevergoeding de dochters zowel privé als in hun hoedanigheid van deelgenoot toekomt. Het voegt daaraan toe dat, zelfs al zouden de dochters alleen in hun hoedanigheid van deelgenoot mogen procederen, het hun vrijstond die vordering namens de gemeenschap in te stellen.
onderdelen 1 en 2zijn gericht tegen rov. 4.6.3. [8] Onderdeel 1 bestrijdt dat slechts van onrechtmatig handelen jegens de dochters sprake kan zijn als de adviseur bedrog of arglist kan worden verweten (en bevat tevens een motiveringsklacht); onderdeel 2 bestrijdt dat de dochters niet meer (of andere) mogelijkheden hebben om de adviseur uit onrechtmatige daad aan te spreken dan hun vader.