Conclusie
Middel Iklaagt over een innerlijk tegenstrijdige dan wel onbegrijpelijke uitleg van artikel 10 van Pro de statuten. Betoogd wordt dat een meer begrijpelijke en logische uitleg zou zijn dat, zolang het bestuur statutair wordt gevormd door een directielid en niet door drie leden die vóór een statutenwijziging stemmen, een statutenwijziging niet mogelijk is. Aan deze stelling, die ook reeds in appèl is gevoerd, wordt door het hof gerefereerd in r.o. 4.5. Het hof heeft deze stelling niet gevolgd maar heeft geoordeeld:
Middel IIis gericht tegen de overweging van het hof in r.o. 4.15 dat grief 4 geen zelfstandige betekenis heeft en eveneens faalt.