ECLI:NL:PHR:1999:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en verjaring bij niet verschenen gedaagde in huurkoopovereenkomst
In deze zaak stond centraal of een succesvol beroep op verjaring door verschenen hoofdelijk verbonden schuldenaren ook geldt ten behoeve van een niet verschenen mede-gedaagde. Spektrum had een huurkoopovereenkomst gesloten met drie schuldenaren, waaronder de niet verschenen gedaagde. Na betaling van enkele termijnen bleven verdere betalingen uit en werd verjaring ingeroepen door twee verschenen schuldenaren.
De kantonrechter wees de vordering van Spektrum af en achtte het verweer van verjaring ook van toepassing op de niet verschenen gedaagde, wat door de rechtbank werd bekrachtigd. Spektrum stelde hoger beroep in en voerde aan dat dit onjuist was omdat verjaring niet ambtshalve kan worden toegepast en het verweer niet automatisch geldt voor niet verschenen mede-gedaagden.
De Hoge Raad bevestigde dat de materiële hoofdelijkheid inhoudt dat het verjaringseffect van de ene schuldenaar niet zonder meer doorwerkt op de andere schuldenaren. Ook de procesrechtelijke regeling van art. 107 Rv Pro, die tegenstrijdige vonnissen wil voorkomen, kan dit niet veranderen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en wees de vordering alsnog toe aan Spektrum tegen de niet verschenen gedaagde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en wijst de vordering tegen de niet verschenen gedaagde alsnog toe.