ECLI:NL:PHR:1998:AA2510
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boekwinst bij inruil van auto van ondernemings- naar privévermogen
De zaak betreft een belastinggeschil over de hoogte van de boekwinst die een tandarts behaalde bij het inruilen van een auto uit zijn ondernemingsvermogen voor een privéauto. De belanghebbende ruilde een Nissan, met een boekwaarde van ƒ 3.480, in voor een Volvo die hij tot zijn privévermogen rekende. De discussie spitste zich toe op de waarde die aan de ingeruilde auto moest worden toegekend voor de winstberekening.
Het Hof had de belanghebbende deels in het gelijk gesteld, waarbij het uitging van een lagere inruilprijs exclusief omzetbelasting. De inspecteur stelde dat de waarde inclusief omzetbelasting moest worden genomen, omdat de omzetbelasting deel uitmaakt van de prijs die een koper bereid is te betalen. De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de waarde van het verworven privévermogen inclusief omzetbelasting moet worden genomen, ook als de belanghebbende vrijgesteld is van omzetbelasting.
De Hoge Raad benadrukte dat de factuur van de autodealer, waarin de prijs van de Volvo inclusief omzetbelasting en de inruilwaarde van de Nissan inclusief omzetbelasting zijn opgenomen, bepalend is voor de waardering. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de inspecteur, waarmee de boekwinst hoger werd vastgesteld dan het Hof had aangenomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bij de bepaling van de boekwinst de waarde van het verworven privévermogen inclusief omzetbelasting moet worden genomen, en vernietigt het arrest van het Hof.