ECLI:NL:PHR:1998:AA2444
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over beperking dividendvrijstelling en schending EU-vrijheden
De zaak betreft een belanghebbende die in Nederland woont en aandelen bezit in een Belgische vennootschap, waarop dividend is uitgekeerd en waarover in België bronbelasting is ingehouden. De belanghebbende vordert toepassing van de Nederlandse dividendvrijstelling, die volgens de inspecteur alleen geldt voor dividenden van Nederlandse aandelen.
Het gerechtshof oordeelde dat de beperking van de dividendvrijstelling tot Nederlandse aandelen in strijd is met de artikelen 52 en 58 van het EG-Verdrag (vrijheid van vestiging) en met de op artikel 67 van Pro het EG-Verdrag gebaseerde richtlijn 88/361/EEG (vrijheid van kapitaalverkeer). De staatssecretaris betwist deze oordelen en voert aan dat de vrijstelling vanwege verschillen in belastingstelsels beperkt moet blijven tot Nederlandse aandelen.
De Hoge Raad bespreekt de achtergrond en doelstellingen van de dividendvrijstelling, de relevante EU-verdragsbepalingen en jurisprudentie, en concludeert dat de zaak niet kan worden beslist zonder duidelijkheid over de uitleg van het Europees recht. Daarom stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het EU-recht betreffende de dividendvrijstelling.