ECLI:NL:PHR:1998:AA2391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbelastingtarief en identificatieplicht in relatie tot privacyrechten werknemer
De zaak betreft een geschil over de toepassing van het 60%-tarief op loonbelasting in 1995, opgelegd aan een werknemer die weigerde haar paspoort te tonen aan haar werkgever. De inhoudingsplichtige, een ziekenhuis, had loonbelasting ingehouden tegen het anoniementarief. Het Hof Amsterdam oordeelde ten gunste van de werknemer en stelde dat toepassing van het anoniementarief in dit geval een inbreuk op artikel 8 EVRM Pro vormde zonder rechtvaardigingsgrond.
De staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen dit arrest. De kernvraag betrof de verhouding tussen de identificatieplicht van werknemers en het recht op privacy volgens artikel 8 EVRM Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal stelt dat het verplicht stellen van het tonen van persoonlijke documenten aan de werkgever in het kader van loonheffing geen onrechtmatige inmenging in het privéleven is.
De conclusie erkent wel dat het bewaren van kopieën van identiteitsbewijzen mogelijk meer gegevens vastlegt dan strikt noodzakelijk is, maar acht de wetgever binnen zijn beoordelingsmarge gerechtigd om te bepalen dat betrouwbare documenten gebruikt moeten worden zonder onderscheid naar reeds bekende identiteit.
De conclusie beveelt vernietiging van het arrest van het Hof en bevestiging van de uitspraak van de Inspecteur, waarmee het 60%-tarief als sanctie in deze situatie wordt gehandhaafd. Tevens wordt de proportionaliteit van het tarief besproken, waarbij het niet als strafsanctie wordt aangemerkt en het uiteindelijk effect via de belastingaanslag wordt gecorrigeerd.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd, waarbij het 60%-loonbelastingtarief wordt gehandhaafd.