ECLI:NL:PHR:1998:AA2389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbelastingplicht bij uitkeringen aan ex-werknemers door stichting
De zaak betreft een geschil over de loonbelastingplicht en premieheffing voor uitkeringen die Stichting X in 1991 en 1992 aan haar personeel en ex-personeelsleden van een andere stichting (A) heeft gedaan. Het vermogen voor deze uitkeringen was afkomstig van een fonds (E) dat in 1981 was opgericht ten behoeve van het personeel van A. In 1986 besloot het bestuur van E een groot deel van het vermogen uit te keren aan het personeel dat toen in dienst was van A.
De belastingdienst stelde dat deze uitkeringen niet belastingvrij konden plaatsvinden, omdat zij verplicht waren. Het hof oordeelde in eerste aanleg dat de uitkeringen niet onverplicht en dus niet als geschenken konden worden aangemerkt, wat nadelig was voor Stichting X. De belanghebbende stelde in cassatie dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd door de relatie tussen Stichting X en het fonds E te betrekken in plaats van de relatie tussen Stichting X en haar werknemers.
De Hoge Raad overwoog dat voor de kwalificatie van uitkeringen als geschenk of verplicht loon uitsluitend de rechtspositie tussen de inhoudingsplichtige en de werknemers van belang is. Statutaire bepalingen die het fonds binden tot uitkeringen aan personeel leiden niet automatisch tot een aanspraak van werknemers voordat uitkeringen daadwerkelijk zijn toegekend. De Hoge Raad concludeerde dat het hof ten onrechte het oordeel over de onverplichtheid van de uitkeringen aan ex-werknemers aan het fonds heeft gekoppeld en vernietigde het arrest en de naheffingsaanslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de uitkeringen aan ex-werknemers onverplicht zijn en als geschenken moeten worden aangemerkt.