ECLI:NL:PHR:1997:AA3352
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Premieplicht Nederlandse zeevarende op buitenlands vaartuig op continentaal plat
De zaak betreft de vraag of de belanghebbende, een Nederlandse kapitein die in 1992 op een vaartuig met Nederlands-Antilliaanse vlag werkte op het Britse en Noorse deel van het continentale plat, premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen.
Het gerechtshof Amsterdam had het geschil ten nadele van de belanghebbende beslecht, waarbij het oordeelde dat artikel 10 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 niet van toepassing was op personen die in dienst zijn van een in Nederland gevestigde werkgever en deel uitmaken van de bemanning van een zeevaartuig.
De Hoge Raad vernietigt dit oordeel. Hij stelt dat de belanghebbende volgens de wetgeving in formele zin premieplichtig is, maar dat artikel 10 lid 1 van Pro het Besluit uitbr. bep. 1989 hem buiten de kring van in Nederland verzekerden brengt omdat hij uitsluitend buiten Nederland arbeid verrichtte. De Hoge Raad acht de argumentatie van het hof omtrent artikel 4 van Pro het Besluit onjuist en benadrukt dat het vereiste dat de betrokkene aan boord woont niet van toepassing is op de belanghebbende die in Nederland woont.
De Hoge Raad concludeert dat de belanghebbende voor het tijdvak 1 april tot en met 31 december 1992 premievrijstelling toekomt en vermindert de aanslag dienovereenkomstig, met handhaving van de overige bestanddelen.
Uitkomst: De belanghebbende is voor de periode 1 april tot en met 31 december 1992 niet premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen.