ECLI:NL:PHR:1997:AA2140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kapitaalsbelasting bij inkoop eigen aandelen beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal
De zaak betreft een cassatieberoep van een beleggingsmaatschappij tegen een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting over het kalenderjaar 1990. De centrale vraag is of ingekochte eigen aandelen van een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal fiscaalrechtelijk als ingetrokken moeten worden beschouwd, en of de heffing van kapitaalsbelasting bij wederverkoop van dergelijke aandelen in strijd is met Europese richtlijnen.
De Hoge Raad analyseert de civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten van ingekochte eigen aandelen. Civielrechtelijk worden ingekochte aandelen niet automatisch geamortiseerd, ook niet bij beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal. Fiscaalrechtelijk is het relevant of de aandelen als tijdelijke belegging worden gehouden, waarbij het objectieve criterium van dadelijke wederverkoop en het subjectieve criterium van tijdelijke belegging centraal staan.
De Hoge Raad oordeelt dat ingekochte aandelen niet per definitie dadelijk wederverkoopbaar zijn enkel vanwege beursnotering, maar dat de mogelijkheid tot wederverkoop afhangt van marktomstandigheden en intrinsieke waarde. Tevens wordt erkend dat een beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal een stellig voornemen tot wederverkoop heeft. De Hoge Raad acht de heffing van kapitaalsbelasting in dit geval niet gerechtvaardigd en verwijst, indien nodig, prejudiciële vragen naar het Europese Hof van Justitie.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad de uitspraak van het hof en de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting, waarmee een belangrijke fiscale uitzondering voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd aan de beleggingsmaatschappij.