ECLI:NL:PHR:1996:AA1856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering en proceskosten bij staking melkveebedrijf en uitgifte erfpacht
De zaak betreft een belanghebbende die een melkveebedrijf exploiteerde en dit per 31 oktober 1988 staakte. In de aanloop tot de staking verkocht hij een deel van zijn onroerende zaken en gaf een ander deel in erfpacht uit. De inspecteur kwalificeerde de erfpachtuitgifte als een overdracht naar privévermogen tegen vrije waarde, wat de belanghebbende betwistte.
Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd en werd de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen zowel de hoofdzaak als de proceskostenuitspraak. De Hoge Raad overwoog dat beide uitspraken als één geheel moeten worden gezien en in één cassatieprocedure behandeld kunnen worden.
Juridisch werd bevestigd dat de uitgifte in erfpacht zakelijk kan zijn indien deze deel uitmaakt van het ondernemersbeleid, bijvoorbeeld bij staking van het bedrijf en het streven naar het maximaal haalbare resultaat. Proceskostenveroordelingen dienen in bestuursrechtelijke belastingzaken in beginsel in één uitspraak te worden behandeld, waarbij tussenuitspraken niet als zelfstandige cassatiebesluiten gelden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris en handhaafde het oordeel van het Hof dat de erfpachtuitgifte zakelijk was. Tevens werd vastgesteld dat de proceskostenveroordeling terecht was, waarbij de procedurele aspecten van cassatieberoepen tegen meerdere uitspraken werden toegelicht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het oordeel van het Hof dat de erfpachtuitgifte zakelijk was en de proceskostenveroordeling terecht is, wordt bevestigd.