ECLI:NL:PHR:1996:AA1838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tijdsevenredige toerekening van pensioenafkoop bij grensoverschrijdende dienstbetrekking
De belanghebbende was van 1951 tot 1989 in dienst bij de A Groep, eerst in Nederland en daarna in het buitenland. Bij pensionering in 1989 maakte hij gebruik van een uitkering ineens van zijn pensioen, waarop loonbelasting werd ingehouden naar rato van de in Nederland gewerkte periode (tijdsevenredige toerekening).
Na bezwaar en beroep bij het hof handhaafde het hof deze tijdsevenredige methode, waarbij het pensioen werd toegerekend op basis van de duur van de dienstbetrekking in Nederland ten opzichte van de totale diensttijd.
De belanghebbende stelde cassatie in en voerde aan dat de toerekening niet louter tijdsevenredig kon zijn, maar rekening moest houden met de opgebouwde pensioenrechten en salarisontwikkeling, aangezien na emigratie hogere functies en salarissen werden genoten.
De Hoge Raad oordeelde dat een louter tijdsevenredige toerekening onjuist is indien het verschil in pensioenhoogte mede het gevolg is van beter beloond werk in het buitenland. De zaak werd vernietigd en verwezen naar een ander hof voor nadere beoordeling, waarbij een meer genuanceerde methode van toerekening moet worden toegepast.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nadere beoordeling van de juiste toerekening van het pensioenafkoopbedrag.