ECLI:NL:PHR:1996:49
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid voorbereidingshandelingen invoer cocaïne en tijdigheid wijziging tenlastelegging
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van verschillende delicten, waaronder het voorbereiden van de invoer van cocaïne en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.
De verdachte stelde in cassatie vier middelen aan de orde. Het eerste middel betrof de klacht dat de vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging te laat was gedaan. De Hoge Raad oordeelde dat de wijziging tijdig en rechtsgeldig was betekend, zodat het verweer faalde.
Het tweede middel betrof de vraag of voorbereidingshandelingen ook strafbaar waren in de betrokken buitenlandse landen. De Hoge Raad stelde vast dat het hof terecht de vervolgbaarheid had aangenomen voor voorbereidingshandelingen die onder art. 13, derde lid onder a Opiumwet vielen en dat de verdachte geen belang had bij de vrijspraak voor andere voorbereidingshandelingen.
Het derde middel betrof het verweer van vrijwillige terugtred. De Hoge Raad oordeelde dat uit het bewijs niet bleek dat sprake was van vrijwillige terugtred, maar dat de terugtred werd veroorzaakt door technische mankementen aan het schip. Het vierde middel betrof de klacht dat het hof ten onrechte verschillende voorbereidingshandelingen als afzonderlijke strafbare feiten had aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat meerdere voorbereidingshandelingen afzonderlijke strafbare feiten kunnen opleveren.
De conclusie van de Procureur-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad volgde.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot invoer van cocaïne.