ECLI:NL:PHR:1996:46
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij vals opgemaakt aanvraagformulier voor methylbromide vrijstelling
In deze zaak stond centraal of verdachte bekend was met de strekking van de regeling omtrent vrijstelling voor methylbromide en of hij het aanvraagformulier valselijk had opgemaakt met het oogmerk het als echt en onvervalst te gebruiken. Het hof baseerde zich op een ambtsedig proces-verbaal en de verklaring van verdachte dat hij via vakbladen op de hoogte was van de regeling. Ook de raadsman van verdachte ging tijdens het hoger beroep in op de inhoud en strekking van deze regeling.
Verdachte voerde aan dat er geen sprake was van het vereiste oogmerk omdat hij de mogelijkheid openhield later anders te handelen dan in het formulier vermeld. De Hoge Raad verwierp dit verweer en verduidelijkte dat het bij het oogmerk aankomt op het doel dat iemand op het moment van handelen voor ogen heeft, ongeacht of dit het naaste of een verder liggend doel is.
Het hof concludeerde dat verdachte het formulier valselijk had opgemaakt met het oogmerk het als echt te gebruiken, aangezien hij een vrijstelling wilde verkrijgen voor grondontsmetting, maar in de daaropvolgende periode geen tomaten teelde op het ontsmette terrein, terwijl de vrijstelling hier juist op sloeg. De Hoge Raad verklaarde het middel ongegrond en verwierp het beroep.
Uitkomst: Het beroep werd verworpen; verdachte had het aanvraagformulier valselijk opgemaakt met het oogmerk het als echt te gebruiken.